Ghanese partner Mother Cares

Stichting Bewa Ghana werkt op dit moment vooral samen met de Ghanese organisatie Mother Cares. De oprichtster daarvan, madam Joyce Obeng, startte het eerste project in 2005. Sindsdien runt Mother Cares drie grote projecten:

  • Een kinderopvang
  • Een onderwijsinstelling
  • Een jongerenproject

Je leest er hier meer over. Klik op één van de projecten om meer te lezen.

Het eerste project dat Joyce in 2005 opzette, was deze kinderopvang. Toentertijd nog een standaard weeshuis, waar zij begon met vijf kinderen uit haar omgeving die ze onderdak bood. Langzaam groeide het, tot er in 2009 ongeveer 60 kinderen woonden. Joyce besloot toen: “dit kan zo niet verder” en ging een andere richting op. Letterlijk en figuurlijk: ze verhuisde met alle kinderen naar een grotere campus. Het huis werd hen gedoneerd door een Australische man, die onder de indruk was van de manier waarop Joyce haar project invulling gaf.

Op de nieuwe locatie ging Joyce ook het gesprek aan met de sociale dienst. De Social Welfare plaatste kinderen in het weeshuis en zocht naar ouders of mogelijke pleeg/adoptiegezinnen. Dat laatste gebeurde echter maar erg weinig, waardoor het aantal kinderen bleef groeien. Daar heeft Joyce haar kritiek op geuit en besloten werd om de nadruk van Mother Cares van het Orphanage te verplaatsen naar de Welfare Home: een (tijdelijke) kinderopvang, een ‘home for the needy’, zoals Joyce dat zelf noemt. Er wordt meer aandacht besteed aan het uit huis plaatsen van de kinderen, om zelfstandig te gaan wonen (als ze daar de juiste leeftijd voor hebben bereikt), of om opgevangen te worden in pleeg/adoptiegezinnen. In de toekomst hoopt Joyce alleen nog maar tijdelijk kinderen op te vangen. Deze omslag gaat even duren en moet stapsgewijs worden ingevoerd. Simpelweg beslissen dat alle kinderen van dag één op dag twee elders gaan wonen, kan helaas niet.

Om haar doel te bereiken, zijn de afgelopen jaren onder andere de volgende acties ondernomen:

  • Met Social Welfare wordt iedere keer zeer kritisch gekeken naar de situatie: is het écht noodzakelijk dat dit kind hier komt wonen? Sinds 2012 werden slechts vier kinderen toegelaten. Eén van hen was binnen zes maanden geadopteerd door een Ghanees gezin; één woont alleen doordeweeks bij Mother Cares, zodat zijn tienermoeder haar studie af kan maken; bij één van hen loopt het politieonderzoek naar de ouders nog; en voor de laatste wordt nog een gezin gezocht, het betreft een baby;
  • Enkele jongvolwassenen  zijn het huis uit gegaan en wonen nu zelfstandig;
  • Een groep van ongeveer zes kinderen woont in een huis enkele kilometers van de kinderopvang af;
  • Enkele kinderen werden opgenomen in gezinnen in Gomoa Benso, het geboortedorp van Joyce;
  • Enkele kinderen zijn gefaseerd (eerst weekenden, dan de hele week) teruggegaan naar hun families. Dit zijn kinderen die vooral wegens financiële afwegingen door de ouders bij de kinderopvang zijn geplaatst. Zij krijgen nu enige ondersteuning, voornamelijk in materialen, door Mother Cares.

Op de kinderopvang werken tussen de tien en vijftien medewerkers. Eerste aanspreekpunt is Yaaba Nambo. Zij draait de kinderopvang wanneer Joyce niet aanwezig is.

Al sinds de start van Mother Cares worden overdag peuters uit de omgeving opgevangen. Dat deed Joyce al op de oude locatie. Op de nieuwe locatie is hier meer ruimte voor. Bovendien ligt het meer afgelegen en zijn er geen andere scholen in de omgeving, waar deze kinderen terecht kunnen. Het aantal kinderen in de dagopvang nam toe. Bovendien bleek, dat er ook behoefte was aan opvang en onderwijs van de wat oudere kinderen. Dit, in combinatie met de constatering dat onderwijs voor de kinderen uit de kinderopvang duur en oncontroleerbaar was, zorgde er voor dat Joyce in 2013 haar tweede project oprichtte: Mother Cares Educational Complex.

De onderwijsinstelling omvat momenteel een creche, KG 1 en KG 2 (vergelijkbaar met onze groep 1 en 2), class 1 tot en met 6 (vergelijkbaar met onze groep 3-8), JHS 1 (vergelijkbaar met onze brugklas). Op het moment werven we fondsen voor de middelbare school, die als uitbreiding op het complex gebouwd wordt. Deze school zal JHS 1 tot en met 3 omvatten, plus een bibliotheek, ICT-lokaal en scheikundelaboratorium.

Niet alleen de kinderen uit de kinderopvang maken gebruik van deze school. Vooral kinderen uit de omliggende dorpen krijgen er onderwijs. Dit betreft vaak kinderen uit arme gezinnen, waar anders geen mogelijkheid voor onderwijs voor is. De ouders zien (nog) niet altijd het belang in van onderwijs, vandaar dat Joyce regelmatig gesprekken met ze voert. Ze worden betrokken bij de school door vergaderingen over de toekomst van de school en hun kinderen. Rapporten worden persoonlijk uitgereikt, zodat ouders vragen kunnen stellen en de docenten toelichting kunnen geven.

Veel ouders kunnen lesgeld voor hun kinderen niet betalen. Joyce treft daarom regelingen met ze: afhankelijk van het inkomen betalen ze alleen voor de lunch, of ook een deel van het lesgeld. Zo kan bijvoorbeeld de jongste van het gezin gratis naar school, als voor de oudste wordt betaald. Door middel van zulke afspraken komt er voldoende geld binnen om de school draaiende te houden. Ouders dragen bij wat ze kunnen, maar het lesgeld mag van Joyce geen reden zijn om kinderen thuis te houden. Voor de kinderen van de kinderopvang worden sponsors gezocht in binnen- en buitenland. Vanuit Stichting Bewa Ghana worden tien kinderen gesponsord. Als familie van de kinderen nog in beeld is, wordt daar een bijdrage van gevraagd.

De administratie van de school is gescheiden van die van de kinderopvang. Joyce is van beiden oprichtster, maar er werkt ander personeel op de projecten. De school heeft een eigen directeur, sir John Mensah. Hij is hoofdverantwoordelijke. Soms worden wel voorzieningen van de kinderopvang gebruikt voor de onderwijsinstelling en andersom. Wanneer een kind overdag op school ziek wordt, kan deze in de kinderopvang rusten tot de ouders komen. Wanneer kinderen uit de kinderopvang in het weekend rustig willen studeren, kunnen ze daarvoor gebruik maken van de leslokalen.

Dit project zette Joyce op in haar geboorteplaats Gomoa Benso. Het richt zich op jonge meiden, in de leeftijd van ongeveer 11 tot 21, die nog thuis wonen. De gezinnen zijn vaak arm en het belang van goed onderwijs wordt door de ouders niet altijd gezien. De afgelopen jaren is gebleken dat veel van deze meiden, als er niet wordt ingegrepen, de verkeerde kant op zullen gaan. Tienerzwangerschappen, prostitutie, uit huis plaatsing, drugs- en alcoholmisbruik – het zijn voorbeelden van problemen waar zij tegenaan lopen.

Joyce probeert dit te voorkomen, in eerste instantie door voorlichting te geven. Hierbij ligt de focus niet alleen op de meiden zelf, maar zeker ook op de ouders. Zij worden vooral aangespoord de kinderen te ondersteunen bij hun opleiding en hen ruimte te geven om te leren, in plaats van ze bijvoorbeeld na school meteen te laten helpen in het huishouden of op het land.

De meiden zelf krijgen onder andere voorlichting op gebied van mannen, seks, persoonlijke hygiëne (met bijzondere aandacht voor hygiëne tijdens de menstruatie), mogelijkheden tot doorstuderen, en respectvol omgaan met jezelf en anderen. Joyce zelf voert gesprekken met ze, maar soms komen er ook gastsprekers.

De Girl Child Foundation heeft een andere administratie dan de kinderopvang en de onderwijsinstelling. Het bevindt zich ook niet op dezelfde campus. Het dagelijks runnen van het project gebeurt door madam Comfort, een vriendin van Joyce. Joyce spreekt in ieder geval iedere zondag met de meiden. De bijeenkomsten vinden plaats in een lokale kerk, die daarvoor de ruimte kosteloos beschikbaar stelt.